De continuïteitsveronderstelling van de bedrijfsactiviteiten is de basis voor het opstellen van de jaarrekening. Deze continuïteitsveronderstelling is de verantwoordelijkheid van het management. Een continuïteitsveronderstelling is in sommige gevallen onderhevig aan onzekere toekomstige uitkomsten van gebeurtenissen en omstandigheden en niet altijd eenvoudig te bepalen. Wat zijn de gevolgen voor de jaarrekening en wat kunnen de gevolgen zijn voor de bijbehorende controleverklaring als sprake is van een onzekerheid ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling? Dit blog gaat in op de verantwoordelijkheid van de accountant ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling en de gevolgen voor de jaarrekening en de bijbehorende controleverklaring als sprake is van een (materiele) onzekerheid ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling.

Wat wordt verstaan onder de ‘continuïteitsveronderstelling’?
Onder de continuïteitsveronderstelling wordt er vanuit gegaan dat een onderneming haar bedrijfsactiviteiten in de voorzienbare toekomst voortzet. Financiële overzichten worden in deze situatie opgesteld op basis van continuïteit. Er is sprake van discontinuïteit als het management voornemens is de onderneming te liquideren of de activiteiten te staken dan wel hiervoor geen realistisch alternatief heeft.

Omdat de continuïteitsveronderstelling een zeer belangrijk element is bij het opstellen van de jaarrekening, moet het management voorafgaand aan het opstellen van de jaarrekening een inschatting te maken van het vermogen van de onderneming om de continuïteit te handhaven. Dit betekent dat het management een standpunt moet innemen over inherent onzekere toekomstige uitkomsten van gebeurtenissen of omstandigheden. De periode van de inschatting dient ten minste twaalf maanden te omvatten gerekend vanaf het vaststellen van de jaarrekening.

 Is er bij een onderneming met een negatief eigen vermogen en/of verlies per definitie sprake van onzekerheid over de continuïteit?
Nee, een negatief eigen vermogen en verliessituaties zijn wel indicaties voor mogelijke continuïteitsproblemen, maar er spelen veel meer factoren een rol. Als bijvoorbeeld de aandeelhouder bereid is tot het aanzuiveren van verliezen of garant wil staan voor schulden, hoeft er ondanks een negatief eigen vermogen en verliezen toch geen sprake te zijn van ernstige onzekerheid over de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten.

Welke verantwoordelijkheid heeft de accountant ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling?
Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over de geschiktheid van de door het management gehanteerde continuïteitsveronderstelling. Ook moet de accountant concluderen of er een onzekerheid van materieel belang bestaat over het vermogen van de onderneming om haar continuïteit te handhaven.

Bij het evalueren van de inschatting van het management moet de accountant dezelfde periode hanteren als die het management heeft gehanteerd om zijn inschatting te maken. De accountant moet echter wel alert te blijven op informatie die hij ontvangt vóór de afgifte van de controleverklaring en die vragen oproept over de geschiktheid van de continuïteitsveronderstelling, ook als dat betekent dat daarvoor een periode van langer dan 12 maanden in ogenschouw moet worden genomen. Het uitstellen van het moment van afgifte van de controleverklaring tot de 12 maanden voorbij zijn is derhalve geen oplossing van het probleem.

De accountant moet gedurende de controle van de jaarrekening voortdurend alert blijven op controle-informatie over gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over het vermogen van de entiteit om haar continuïteit te handhaven. Opgestelde begrotingen en prognoses spelen hierbij een cruciale rol. De accountant zal onder andere aandacht besteden aan de betrouwbaarheid van de door het management opgestelde begrotingen, prognoses en tussentijdse cijfers in het nieuwe boekjaar. Uitgangspunten, veronderstellingen en de totstandkoming van de cijferopstellingen zullen door de accountant worden onderzocht. Daarnaast kan de accountant data-analyse uitvoeren op de beschikbare financiële informatie over het nieuwe boekjaar waarbij bijvoorbeeld de ontwikkeling in marges en omzet zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Als er continuïteitsissues zijn, moet de accountant bijzondere aandacht besteden aan de mogelijke gevolgen voor de jaarrekening (waardering van activa, toelichtingen) en de strekking van de controleverklaring.

Wat zijn de gevolgen voor de jaarrekening en de af te geven controleverklaring bij de jaarrekening?
Op basis van de verkregen controle-informatie trekt de accountant een conclusie of er een onzekerheid van materieel belang bestaat over het vermogen van de onderneming om haar continuïteit te handhaven.

Er zijn een aantal situaties denkbaar. Let op: onderstaande weergave laat de mogelijke invloed van eventuele andere controlebevindingen achterwege.

1.       Het hanteren van een continuïteitsveronderstelling is passend en er is geen sprake van een onzekerheid van materieel belang hieromtrent. De accountant zal een goedkeurende controleverklaring afgeven.

2.     Het hanteren van de continuïteitsveronderstelling is passend, maar er is sprake van een onzekerheid van materieel belang hieromtrent. In de jaarrekening dient in dit geval een adequate beschrijving opgenomen te zijn van:

  • van de belangrijkste gebeurtenissen of omstandigheden die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de onderneming om haar continuïteit te handhaven;
  • van de plannen van het management om met deze gebeurtenissen of omstandigheden om te gaan.
  • dat sprake is van een onzekerheid van materieel belang met betrekking tot voornoemde gebeurtenissen of omstandigheden en dat daardoor de entiteit mogelijk niet in staat zal zijn in het kader van de normale bedrijfsvoering haar activa te realiseren en haar verplichtingen na te komen.

Als de jaarrekening een adequate toelichting bevat, zal de accountant een goedkeurende controleverklaring afgeven met daarin een paragraaf ter benadrukking van een onzekerheid omtrent de continuïteit. Als de jaarrekening geen adequate toelichting bevat, zal de accountant indien passend een controleverklaring met beperking dan wel een afkeurende controleverklaring afgeven. 

3.      Het hanteren van de continuïteitsveronderstelling is niet passend. De jaarrekening dient in dit geval op basis van liquidatiewaarde opgesteld te worden waarbij een adequate beschrijving van de situatie wordt opgenomen in de toelichting.

Als de jaarrekening is opgesteld op basis van liquidatiewaarde en de toelichting is toereikend, zal de accountant een goedkeurende controleverklaring afgeven met daarin een paragraaf ter benadrukking van onzekerheid omtrent de continuïteit. 

Als bij het opstellen van de jaarrekening toch is uitgegaan van continuïteit zal de accountant een afkeurende controleverklaring afgeven.

4.      Het kan ook voorkomen dat de accountant op basis van de verkregen controle-informatie geen conclusie kan trekken of het hanteren van de continuïteitsveronderstelling passend is. In het geval dat bij het opstellen van de jaarrekening is uitgegaan van continuïteit, zal de accountant een oordeelonthouding afgeven.

Mocht u vragen hebben over de verwerking van mogelijke onzekerheden ten aanzien van de continuïteit in uw jaarrekening of over andere verslaggevingsonderwerpen, dan helpen wij u graag. U kunt altijd vrijblijvend met ons contact opnemen zodat wij onze ervaringen met u kunnen delen. Houd onze blogs in de gaten!

Bron: SRA Praktijkhandreiking continuïteit