Eén van onze blogs die we in maart dit jaar gepubliceerd hebben, ging nader in op de aanpassing van de verwerkingswijze van kosten van groot onderhoud welke is ingegaan voor boekjaren die starten op of na 1 januari 2019. Recent heeft de Raad voor de Jaarverslaggeving een extra overgangsregeling voorgesteld. Omdat deze extra overgangsregeling een vereenvoudiging betekent van de toepassing van de nieuwe regelgeving, willen we dit graag middels dit blog bij u onder de aandacht brengen.

Voordat we ingaan op de extra overgangsbepaling, zullen we eerst nog kort beschrijven wat de definitie is van groot onderhoud en wat de aanpassing van de verwerkingswijze van kosten van groot onderhoud inhoudt.

Wat wordt verstaan onder groot onderhoud? 
In de verslaggevingsregels is geen harde definitie opgenomen voor het begrip ‘groot onderhoud’. Wel worden een aantal voorbeelden gegeven van groot onderhoud. Dit betreffen: periodieke inspectie, revisie en renovatie. Tevens staat vermeld dat regelmatig voorkomende kosten, bijvoorbeeld kosten van arbeid, hulpstoffen en kleine onderdelen, niet aangemerkt worden als groot onderhoud. Ook het vervangen van een specifiek component van een actief wordt niet aangemerkt als groot onderhoud.  

Wat houdt de aanpassing van de verwerkingswijze van kosten van groot onderhoud in?
Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019 is het niet langer toegestaan om kosten van groot onderhoud aan materiële vaste activa direct in de winsten-verliesrekening te verwerken. De mogelijkheden voor verwerking van kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief (variant A) of via de onderhoudsvoorziening (variant B) blijven bestaan.

Variant A: kosten verwerken in de boekwaarde van het actief 
Om te kunnen kiezen voor variant A moet voldaan worden aan de activeringscriteria. Een actief mag enkel opgenomen worden op de balans als het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot het actief zullen toekomen aan de rechtspersoon en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.  

Als aan de activeringscriteria wordt voldaan en er wordt gekozen voor variant A, dan dienen de kosten van groot onderhoud te worden verwerkt in de kostprijs. De eventueel nog resterende boekwaarde van de te vervangen bestanddelen dient ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht te worden (afboeken dus).

De geactiveerde kosten worden aangemerkt als belangrijk bestanddeel van het actief en afzonderlijk afgeschreven. Het moment van starten van afschrijven van het geactiveerde component betreft het moment van activering van de kosten. Afschrijving van de geactiveerde kosten dient plaats te vinden over het gebruikspatroon en/of de gebruiksduur van het bestanddeel zelf en niet over het gebruikspatroon en/of de gebruiksduur van het materieel vast actief waar dat bestanddeel onderdeel van uit maakt.  

Variant B: kosten verwerken via een onderhoudsvoorziening 
Indien wordt gekozen voor de verwerking van kosten van groot onderhoud via de onderhoudsvoorziening dienen de toevoegingen aan de voorziening te worden bepaald op basis van het geschatte bedrag van het groot onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. De kosten voor groot onderhoud dienen te worden verwerkt ten laste van de voorziening voor zover deze is gevormd voor de beoogde kosten. Als de werkelijke kosten van groot onderhoud hoger zijn dan het betreffende deel van de voorziening dat bedoeld is voor deze kosten, dienen de (meer)kosten verwerkt te worden ten laste van de winst- en verliesrekening en niet ten laste van de voorziening.  

Reeds bestaande overgangsregeling
De overgang van het direct verwerken van de kosten van groot onderhoud in de winst-en-verliesrekening naar één van de twee andere verwerkingswijzen moet worden behandeld als een stelselwijziging. In de regelgeving was reeds een overgangsbepaling opgenomen die het mogelijk maakt om de stelselwijziging van ‘kosten van groot onderhoud direct in de winst-en-verliesrekening’ naar ‘kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief’ prospectief (in plaats van retrospectief) te verwerken.

Extra overgangsregeling
De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft onlangs voorgesteld om naast bovenstaande overgangsbepaling een extra overgangsbepaling in de regelgeving op te nemen. Deze extra overgangsbepaling maakt het mogelijk een overgang van ‘kosten van groot onderhoud via een voorziening’ naar ‘kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief’ eveneens prospectief te verwerken.

De achtergrond van deze overgangsbepaling is dat diverse rechtspersonen willen overgaan van een voorziening voor groot onderhoud naar het verwerken van de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief. Afhankelijk van de situatie ervaren deze rechtspersonen complexiteit om deze stelselwijziging retrospectief te verwerken. De Raad voor de Jaarverslaggeving wil het verwerken van de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief faciliteren en stelt daarom deze additionele overgangsbepaling voor.

Bovenstaande uiteenzetting van de verwerkingswijze van kosten van groot onderhoud geldt overigens voor alle ondernemingen (zowel regime groot, middelgroot als klein).  

Mocht u vragen hebben inzake de verwerkingswijze van kosten van  groot onderhoud of inzake andere onderwerpen op het gebied van externe verslaggeving, dan kunt u bij ons terecht. Houd onze blogs in de gaten!

Volg ons op LinkedIn en check onze coole site voor vacatures!