Als u in het verleden een bijzondere waardevermindering heeft doorgevoerd, is het van belang dat u in de gaten houdt of deze waardevermindering is blijven bestaan of wellicht (deels) teruggenomen dient te worden. In het vorige blog zijn we ingegaan op bijzondere waardeverminderingen. Dit blog gaat in op de terugneming van een bijzondere waardevermindering.

Om de regelgeving inzake de terugneming van een bijzondere waardevermindering goed te kunnen begrijpen, dienen een aantal begrippen duidelijk te zijn. In het vorige blog hebben we deze begrippen uitgebreid toegelicht. We starten dit blog derhalve met een korte uitleg van deze begrippen.

Een aantal belangrijke begrippen
Opbrengstwaarde: het bedrag waartegen een actief maximaal kan worden verkocht, onder aftrek van de nog te maken kosten.

Bedrijfswaarde: de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa toe te rekenen geschatte toekomstige kasstromen die kunnen worden verkregen met de uitoefening van het bedrijf.

Realiseerbare waarde: de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.

Kasstroom genererende eenheid: de kleinst identificeerbare groep van activa die kasstromen genereert bij voortgezet gebruik die in grote mate onafhankelijk zijn van kasstromen van andere activa of groepen van activa.

Wat is een terugname van een bijzondere waardevermindering?
Er is sprake van een terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies indien de boekwaarde van het actief wordt opgehoogd tot de realiseerbare waarde.

Wat zijn de indicaties dat een bijzondere waardevermindering niet meer bestaat of is afgenomen?
De Raad voor de Jaarverslaggeving beschrijft een aantal indicaties die betrokken dienen te worden bij de beoordeling of een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies niet meer bestaat of is afgenomen. Hierbij maakt ze onderscheid in externe en interne indicaties.

Extern

  • de reële waarde van het actief is in de afgelopen periode belangrijk gestegen;
  • belangrijke wijzigingen met een positief effect voor de rechtspersoon hebben zich in de verslagperiode voorgedaan of zullen in de nabije toekomst plaatsvinden op het terrein van techniek, markt, economie of wettelijke verplichtingen in de omgeving waarin de rechtspersoon actief is dan wel in de markt waaraan een actief dienstbaar is; en
  • marktrentes of andere marktrentabiliteitseisen op investeringen zijn de afgelopen periode gedaald en deze dalingen beïnvloeden naar verwachting de disconteringsvoet en daarmee in belangrijke mate de bedrijfswaarde.

Intern

  • belangrijke veranderingen met een voordelig effect op de rechtspersoon hebben zich in de verslagperiode voorgedaan of doen zich naar verwachting in de nabije toekomst voor, in de mate waarin of de wijze waarop het actief wordt gebruikt of naar verwachting zal worden gebruikt. Deze veranderingen omvatten ook in de verslagperiode gedane kapitaaluitgaven ter verbetering of vergroting van de capaciteit van een actief dan wel de verplichting tot het beëindigen of herstructureren van de activiteiten waartoe het actief behoort; en
  • er zijn duidelijke aanwijzingen vanuit interne rapporteringen dat de economische prestaties van een actief beter zijn of zullen zijn dan verwacht.

Een voorbeeld: wanneer een afgewaardeerd grondperceel een bestemmingsplan wijziging ondergaat, waardoor een landbouwbestemming wijzigt naar woonbestemming, resulteert dit in de praktijk vaak tot een terugneming van een duurzame waardevermindering.

Hoe vaak moet een rechtspersoon beoordelen of nog steeds sprake is van een bijzondere waardevermindering?
Een rechtspersoon moet op iedere balansdatum beoordelen of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies heeft opgehouden te bestaan of is verminderd. Indien een dergelijke indicatie aanwezig is, dient de rechtspersoon de realiseerbare waarde van dat actief (of de kasstroom genererende eenheid) te schatten.

Wanneer dient een bijzondere waardevermindering teruggenomen te worden?
Een in voorgaande jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies dient alleen te worden teruggenomen als er een wijziging in de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde heeft plaatsgevonden sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. Voorbeelden hiervan kunnen zijn:

  • niet meer uitgaan van de opbrengstwaarde maar van de bedrijfswaarde en omgekeerd;
  • indien wordt uitgegaan van de bedrijfswaarde: een wijziging in de bedragen of tijdsplanning van de geschatte toekomstige kasstroom of van de disconteringsvoet;
  • indien wordt uitgegaan van de opbrengstwaarde: een verandering van schatting van componenten van deze opbrengstwaarde.

Let op: De bedrijfswaarde van een actief kan hoger worden dan de boekwaarde omdat de contante waarde van de toekomstige kasontvangsten toeneemt naarmate deze dichterbij komen. Echter de verwachte bijdrage van het actief is niet toegenomen. Daarom wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies niet teruggenomen uitsluitend omwille van het verstrijken van de tijd, zelfs niet wanneer de realiseerbare waarde van het actief hoger wordt dan de boekwaarde.

Hoe dient de omvang van de terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies bepaald en verantwoord te worden?
De toegenomen boekwaarde van een individueel actief veroorzaakt door de terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies mag niet hoger zijn dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord.

De terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies voor een actief dient als bate in de winst-en-verliesrekening te worden verantwoord, behalve wanneer het actief is geherwaardeerd. Een terugneming van een waardeverminderingsverlies op een geherwaardeerd actief dient te worden behandeld als een toename van de herwaarderingsreserve voor zover de waardevermindering ten laste van de herwaarderingsreserve is gebracht.

Nadat de terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies is verantwoord dient de afschrijvingslast voor de toekomstige perioden te worden aangepast om de herziene boekwaarde, verminderd met de eventuele restwaarde op stelselmatige wijze over de resterende gebruiksduur te verdelen.

Let op: De terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies voor een kasstroom genererende eenheid dient te worden toegerekend ter verhoging van de boekwaarde van de activa niet zijnde goodwill op pro rato basis gebaseerd op de boekwaarden van de activa van de eenheid. Afboeking van goodwill mag niet ongedaan gemaakt worden. De toename in boekwaarden dienen te worden behandeld als terugnemingen van waardeverminderingsverliezen voor individuele activa zoals bovenstaand beschreven.

Wat dient toegelicht te worden in de jaarrekening met betrekking tot de terugneming van een bijzondere waardevermindering?
Voor iedere categorie van activa dient in de jaarrekening te worden toegelicht:

  • het bedrag aan terugnemingen van bijzondere waardeverminderingsverliezen verantwoord in de winst-en-verliesrekening en de posten waarin deze zijn opgenomen;
  • het bedrag aan terugnemingen van bijzondere waardeverminderingsverliezen die gedurende het boekjaar rechtstreeks ten gunste van het eigen vermogen zijn verantwoord.

Indien een terugneming van een bijzonder waardeverminderingsverlies in het boekjaar is verantwoord en deze is van materieel belang voor de jaarrekening van de rechtspersoon als geheel, dient de rechtspersoon het volgende in de jaarrekening toe te lichten:

a) de belangrijkste gebeurtenissen of omstandigheden die geleid hebben tot de terugneming van het bijzonder waardeverminderingsverlies;

b) het bedrag van het bijzonder waardeverminderingsverlies dat is teruggenomen;

c) voor een individueel actief:

  1. de aard van het actief; en
  2. het te rapporteren segment waartoe het actief behoort.

d) voor een kasstroom genererende eenheid:

  1. een beschrijving van de kasstroom genererende eenheid (bijvoorbeeld productlijn, fabriek, bedrijfsonderdeel, geografisch gebied, een segment waarover wordt gerapporteerd);
  2. het bedrag van het teruggenomen bijzonder waardeverminderingsverlies per categorie van activa en per verslaggevingssegment; en
  3. indien de samenstelling van activa voor het identificeren van de kasstroom genererende eenheid gewijzigd is sinds de vorige schatting van de realiseerbare waarde, een beschrijving van de eerdere en de actuele samenvoeging van activa alsmede de reden voor het wijzigen van de manier waarop de kasstroom genererende eenheid is bepaald.

e) of de opbrengstwaarde of de bedrijfswaarde van toepassing is;

f) indien de realiseerbare waarde de opbrengstwaarde is, de basis waarop deze is bepaald (bijvoorbeeld onder verwijzing naar een actieve markt); en

g) indien de realiseerbare waarde is gebaseerd op kasstroomprognoses, een beschrijving van de methode en de belangrijke veronderstellingen waarop de kasstroomprognoses zijn gebaseerd, zoals de periode en de disconteringsvoet gehanteerd bij het schatten van de huidige en de vroegere bedrijfswaarde (indien van toepassing).

Let op: Middelgrote rechtspersonen zijn vrijgesteld van de toelichtingen onder c2 tot en met g.

Let op: De fiscale consequenties voor de (latente) belastingen hebben wij in dit blog niet meegenomen.

Mocht u vragen hebben inzake de verwerkingswijze van een terugname van een bijzondere waardevermindering of inzake andere onderwerpen op het gebied van externe verslaggeving, dan kunt u bij ons terecht.  Houd onze blogs in de gaten!

Volg ons op LinkedIn en check onze coole site voor vacatures!