Vereisten bestuursverslag stichtingen en verenigingen

Schrijver

TAG

Datum

10 maart 2019

Categorieën

Voor middelgrote en grote ondernemingen geldt een verplichting tot het opstellen van een bestuursverslag. Ook voor (kleine) organisaties zonder winststreven (hierna: stichtingen en verenigingen) is het bestuursverslag een vereist onderdeel van het financiële verslag. In het vorige blog hebben we de vereisten van het bestuursverslag van middelgrote en grote ondernemingen beschreven. In dit blog gaan we nader in op de vereisten van het bestuursverslag voor stichtingen en verenigingen.

We kunnen ons voorstellen dat u niet (meer) exact weet welke onderwerpen aan bod dienen te komen in het bestuursverslag. Onderstaande weergave kan u op weg helpen bij het schrijven van het bestuursverslag.

Wat is een bestuursverslag eigenlijk?
‘Bestuursverslag’ is de term die in de wet gebruikt wordt voor een schriftelijk verslag van het Bestuur over de gang van zaken bij en het gevoerde beleid door de rechtspersoon. In de praktijk wordt bij stichtingen en verenigingen vaak de term ‘activiteitenverslag’ gebruikt. De maatschappelijke betekenis van de activiteiten van een stichting of vereniging blijkt slechts in beperkte mate uit de financiële gegevens van de jaarrekening. Het bestuursverslag is de plaats om het resultaat van de activiteiten uitgebreid te beschrijven. Het bestuursverslag van een stichting of vereniging is hierdoor zeer relevant voor de gebruikers van de jaarrekening.

Welke verslaggevingsregels zijn van toepassing op een stichting of vereniging?
Voor stichtingen of verenigingen is meestal Titel 9 Boek 2 BW niet van toepassing. Dit betekent dat er voor deze organisaties geen formele jaarrekeningvereisten gelden vanuit de wet. De organisatie mag zelf kiezen uit de volgende twee mogelijkheden:

  • jaarrekening opstellen volgens de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (hierna: Richtlijnen) of
  • jaarrekening opstellen volgens eigen grondslagen.

Omdat de jaarrekening van een stichting of vereniging meestal gericht is op meerdere gebruikers is het sterk aan te raden om de bepalingen van de Richtlijnen te volgen. Deze Richtlijnen betreffen namelijk een invulling van ‘algemeen aanvaarde grondslagen voor de financiële verslaggeving’.

Subsidieverstrekkers kunnen ook eisen stellen aan de jaarverslaggeving. Indien de organisatie ervoor gekozen heeft de Richtlijnen te volgen, gaan de subsidievoorschriften voor op de Richtlijnen. De vereisten uit de Richtlijnen dienen echter wel aanvullend op de voorschriften van de subsidieverstrekker opgenomen te worden in de jaarrekening.

We gaan er in dit blog vanuit dat de jaarrekening opgesteld wordt volgens de Richtlijnen. De Richtlijnen maken op basis van de omvang van de rechtspersoon onderscheid in RJ (Richtlijnen voor grote en middelgrote rechtspersonen) en RJk (Richtlijnen voor micro en kleine rechtspersonen). Voor dit onderscheid worden dezelfde criteria gehanteerd als in Titel 9 Boek 2 BW voor de bepaling van de omvang, zijnde micro / klein / middelgroot / groot.

  • Voor middelgrote en grote organisaties gelden de bepalingen uit RJ 640 en verder (afhankelijk van de aard van de organisatie). Voor een aantal organisaties gelden specifieke regelingen voor verslaggeving. Bijvoorbeeld voor toegelaten instellingen volkshuisvesting, fondsenwervende organisaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen. Dit blog gaat niet in op aanvullende specifieke vereisten voor deze instellingen.
  • Voor kleine organisaties gelden de bepalingen uit de RJk onderdeel C.

Aan welke vereisten moet het bestuursverslag van een middelgrote of grote stichting of vereniging voldoen?
RJ 640 Organisaties zonder winststreven verwijst voor wat betreft het bestuursverslag deels naar RJ 400 (Bestuursverslag). In RJ 640 is namelijk opgenomen dat, in aanvulling op RJ 400, nog een aantal richtlijnen gelden voor het bestuursverslag. Dit betekent dat zowel de vereisten uit RJ 400 (zie hiervoor ons vorige blog!) als een aantal extra vereisten van toepassing zijn op het bestuursverslag. De aanvullende vereisten betreffen:

  1. Beschrijving van doelstelling en activiteiten:
    • De omschrijving van de doelstelling, met welk beleid die doelstelling wordt nagestreefd en op welke wijze de belangrijkste activiteiten daarin passen. Eventuele belangrijke wijzigingen in de (statutaire) doelstelling dienen nader toegelicht te worden.
    • de samenstelling van bestuur en directie;
    • een verslag van de het resultaat van de activiteiten waar mogelijk ondersteund door andersoortige gekwantificeerde informatie.
  2. Beschrijving van de belangrijke bestuurlijke voornemens en inmiddels in het nieuwe jaar genomen besluiten, inclusief de financiële vertaling daarvan.
  3. Beschrijving van de risico’s ten aanzien van de continuïteit van baten. Beschrijving in hoeverre baten eenmalig of jaarlijks terugkerend zijn.
  4. Beschrijving van het beleid met betrekking tot de omvang en de functie van het vrij besteedbare vermogen.
  5. Beschrijving van het beleggingsbeleid en vermogensrisico’s in het geval de organisatie beleggingen in haar bezit heeft.
  6. Begroting volgend jaar in samenvattende vorm, tenzij de organisatie de begroting niet als belangrijk stuurinstrument gebruikt voor de beheersing van de activiteiten.

Wat indeling betreft dient aansluiting gezocht te worden bij de segmentatie van de activiteiten.

Is een bestuursverslag ook verplicht voor een kleine stichting of vereniging?
Voor organisaties die vallen onder Titel 9 Boek 2 BW geldt dat kleine organisaties vrijgesteld zijn van het opstellen van een bestuursverslag (art. 396 lid 7 ). In RJk C1 is echter opgenomen dat het bestuursverslag één van de onderdelen is van het financieel verslag van de organisatie. In tegenstelling tot een kleine commerciële organisatie, is een bestuursverslag dus verplicht bij een kleine stichting of vereniging.

Aan welke vereisten moet het bestuursverslag van een kleine stichting of vereniging voldoen?
De uitgebreidheid van de jaarverslaggeving van kleine stichtingen en verenigingen hangt onder andere af van het specifieke karakter en de omvang van de organisatie. Ook de groep van gebruikers en hun informatiebehoeften is daarbij van belang. Uiteraard speelt ook de afweging tussen de kosten en baten hierbij een rol. In RJk C1 zijn de vereisten van het bestuursverslag voor micro en kleine stichtingen en verenigingen opgenomen. Hieruit blijkt dat deze nagenoeg geheel gelijk zijn aan de vereisten uit RJ 640.

Is er een gevolg voor de controleverklaring als zaken niet opgenomen worden in het bestuursverslag?
Er kan zeker een gevolg zijn voor de controleverklaring als materiële zaken ontbreken in het bestuursverslag. De accountant moet, ook bij vrijwillige controles, nagaan of het bestuursverslag, in het licht van de tijdens de controle van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving materiële onjuistheden bevat. Met materiële onjuistheden worden zowel toelichtingen die niet juist zijn, als toelichtingen die niet volledig zijn bedoeld. Bevat het bestuursverslag materiële afwijkingen, die niet worden gecorrigeerd, dan zal dit meestal leiden tot communicatie van de afwijking via de controleverklaring.

Dit waren de vereisten van het bestuursverslag voor (kleine) stichtingen en verenigingen en een korte beschrijving van het gevolg van materiële onjuistheden in het bestuursverslag op de controleverklaring.

Mocht u vragen hebben over het bestuursverslag, dan helpen wij u graag.

Partner

drs. Mark van Diermen RA

2021-10-13T10:15:38+01:00
Go to Top